Protozoaire infecties - Giardia
NVP Parasieten factsheets: Humaan - Protozoaire infecties - Giardia - Giardia lamblia |
|
|
|
| Redactie | T. Mank in overleg met Sectie Parasitologie SKML |
| Laatste update | 16-01-2009 |
| Groepsnaam | |
| Officiële naam parasiet | Giardia lamblia |
| Algemeen | Giardia lamblia wordt ook genoemd Giardia intestinalis of Giardia duodenalis |
| Indeling | Phylum: Protozoa (dierlijke eencelligen) Subphylum: Sarcomastigophora (flagellaten en amoeben) Orde: Diplomonadida Genus: Giardia |
| Parasitaire aandoening | Giardiasis |
| Nederlandse (populaire) naam | Van parasiet: Giardia Van ziekte: giardiasis, lambliasis |
| Engelse naam | Van parasiet: Giardia Van ziekte: giardiasis |
| Wijze van overdracht | Men loopt de infectie op door contact met ontlasting welke de parasiet (en dan wel het zgn. cystestadium) bevat. De overdracht van de parasiet kan daarom plaatsvinden via het drinken van of zwemmen in met Giardia cysten besmet water, het eten van besmet voedsel of direct van mens op mens. Risicogroepen vormen:
|
| Levenscyclus | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 4.2, pagina 74-78. Eenvoudige uitleg: De levenscyclus van Giardia is vrij simpel en omvat twee ontwikkelingsstadia: het cyste stadium (de overlevingsvorm buiten de gastheer) en het vegetatieve stadium of trofozoiet, het stadium binnen de gastheer. De cysten worden door de nieuwe gastheer via de mond opgenomen. Via de maag komen de cysten in de dunne darm terecht waar deze openbarst met als resultaat dat de trofozoiet vrijkomt. De parasiet kan zich daar vermeerderen door tweedeling maar zich ook weer omvormen tot cyste, die via de ontlasting uitgescheiden worden. Afbeeldingen Plaatje ontwikkelingsscyclus vegetatief stadium of trofozoiet trofozoiet cysten stadium Internet: Omschrijving cyclus (Engels) Omschrijving cyclus (Nederlands) |
| Distributie over de wereld | De parasiet komt cosmopolitisch voor; Giardia lamblia is de meest frequent voorkomende potentieel ziekmakende darmparasiet wereldwijd. Naar schatting wordt in Azie, Afrika en Latijns-Amerika bij 200 miljoen mensen de infectie als oorzaak van velerlei darmklachten (met name diarree) gezien; jaarlijks worden er zo'n 500.000 nieuwe gevallen gerapporteerd. |
| Situatie in Nederland |
Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 4.2, pagina 74-78. |
| Diagnostiek | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 4.2, pagina 74-78. De diagnostiek van de infectie berust primair op het microscopisch aantonen van de cysten en/ of trofozoieten in ontlasting. Hierbij wordt aan de hand van de morfologische kenmerken onderscheid gemaakt tussen de twee verschijningsvormen van Giardia en andere, al dan niet pathogene, protozoaire soorten. Probleem bij onderzoek van de ontlasting is echter de geringe gevoeligheid; uit diverse studies is gebleken dat er gemiddeld bij slechts 70% van de patiënten met een Giardia lamblia infectie de parasiet kon worden aangetoond bij onderzoek van een eenmalig ontlastingmonster. Teneinde de gevoeligheid van het onderzoek te verbeteren wordt het onderzoek veelal één- of meermalen herhaald, worden concentratietechnieken toegepast, en wordt de ontlasting direkt na produktie opgevangen in een zogenaamd fixatief. Het gebruik van fixatieven heeft als doel de trofozoieten die normaal buiten het lichaam snel afsterven en daardoor microscopisch onherkenbaar worden, zo te conserveren dat zij tijdens het laboratoriumonderzoek niet “gemist” worden. Verder zijn er voor de opsporing van Giardia lamblia in ontlasting ook niet-microscopische technieken ontwikkeld (ELISA-tests) die zijn gebaseerd op het aantonen van voor G. lamblia specifieke antigenen in de ontlasting. Uit onderzoek is gebleken dat deze testsen als een waardevolle aanvulling op het diagnostisch arsenaal kunnen worden beschouwd. Moleculair onderzoek, dwz het aantonen van parasitair DNA met PCR in feces, is mogelijk, maar wordt in de praktijk slechts bij enkele (veelal academische) centra toegepast voor het aantonen van een Giardia infectie bij individuele patiënten. Deze methode wordt vaker gebruikt voor epidemiologisch onderzoek. |
| Protocollen Diagnostiek | Direct fecesonderzoek JKJ fecesonderzoek Ridley fecesconcentratie Fixatie van feces in SAF IHK-kleuring gefixeerd feces CB-kleuring gefixeerd feces Detectie van copro-antigenen (protocol volgt) PCR voor detectie van G. lamblia (protocol volgt) Zie ook: Medische Parasitologie: hoofdstuk 10: feces en fecesonderzoek Medische Parasitologie: hoofdstuk 12.4: moleculair biologisch onderzoek - Giardia |
| Klinische aspecten | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 4.2, pagina 74-78. De infectie kan zich bij de mens op verschillende manieren uiten en zeer verschillende ziekteverschijnselen veroorzaken, uiteenlopend van een ziekte waarbij de betrokken patiënt weinig en voorbijgaande klachten heef tot een chronische ziekte die maanden kan aanhouden. Bij de infectie staan telkens diarreeklachten op de voorgrond, daarnaast echter wordt Giardia ook veelvuldig aangetroffen in de ontlasting van personen die hiervan geen last ondervinden, de zogenaamde asymptomatische dragers. Bij de patiënten mét klachten houden de diarreeklachten lang aan en gaan veelal gepaard met veel gasvorming, misselijkheid, buikkrampen en vettige stinkende ontlasting. Vaak is ook een patroon herkenbaar waarbij episoden van diarree worden afgewisseld met asymptomatische perioden. Zie ook LCI protocol Zie ook CDC(Engels) |
| Behandeling (gangbare medicatie) | Hoewel de infectie in principe vanzelf overgaat, verdient het de voorkeur personen bij wie de infectie is aangetoond te behandelen. Bij de keuze van therapie wordt in Nederland de voorkeur gegeven aan de nitro-imidazol verbindingen metronidazol (Flagyl ®) en tinidazol (Fasigyn ®) Metronidazol |
| Bescherming tegen infectie | Strikte toilethygiëne, algemene keukenhygiene, en handenwassen voor het eten zijn doeltreffende maatregelen ter onderbreking van de mens op mens transmissie van de parasiet. De LCI protocollen geven meer informatie over preventiemaatregelen |
| Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland | Indien u zich wilt laten onderzoeken op giardiasis neem dan in eerste instantie contact op met uw huisarts. Ook voor behandeling is voorschrift van een arts noodzakelijk. Microscopisch onderzoek naar deze parasiet in ontlasting kan worden uitgevoerd door een microbiologisch of klinische chemisch laboratorium in de regio. Voor vakinhoudelijke informatie of overleg (alleen voor professionals) over diagnostiek en behandeling van giardiasis: Haarlem en RIVM Moleculaire diagnostiek voor Giardia wordt, behalve in Haarlem en het RIVM, tevens uitgevoerd op het LUMC |
| Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NL | Op de Afdelingen Parasitologie van het Streeklaboratorium voor Volksgezondheid te Haarlem en het RIVM wordt onderzoek verricht naar de diagnostiek en epidemiologie van giardiasis. Om meer inzicht te verkrijgen in de epidemiologie van de parasiet wordt momenteel gebruikgemaakt van moleculair onderzoek. Dit onderzoek leert ondermeer dat genetisch verschillende, voor de mens pathogene, stammen (genotypes) van Giardia kunnen worden onderscheiden. Recent is aangetoond dat naast gastheergerelateerde factoren als immuunstatus, leeftijd, en voedingstoestand ook genotypische verschillen van de parasiet als belangrijke determinant van de ernst van het beloop van de infectie gezien kan worden. Daarnaast kunnen deze genotypische verschillen ook meer inzicht verschaffen in de transmissie van de parasiet van gastheer naar gastheer. |
| Achtergrond informatie voor professionals | |


