Protozoaire infecties - Leishmania
NVP Parasieten factsheets: Humaan - Protozoaire infecties - Leishmania - Leishmania major |
|
|
|
|
| Redactie | H. Schallig, E. Pinelli, J. Verweij, R. Sauerwein |
| Laatste update | 02-09-2007 |
| Groepsnaam | Leishmania |
| Officiële naam parasiet | Leishmania major |
| Algemeen | Tot de verwekkers van cutane leishmaniasis van de Oude Wereld behoren:
|
| Indeling | Phylum: Protozoa (dierlijke eencelligen) Subphylum: Sarcomastigophora (flagellaten en amoeben) Orde: Kinetoplastida Familie: Trypanosomatidae Genus: Leishmania |
| Parasitaire aandoening | cutane leishmaniasis (Oude Wereld) |
| Nederlandse (populaire) naam | Voor parasiet: Leishmania major Voor ziekte: huid leishmaniasis |
| Engelse naam | Voor parasiet: Leishmania major Voor ziekte: cutaneous leishmaniasis (Old World) |
| Wijze van overdracht | Men loopt een infectie met L. major op via de beet van een vrouwelijke geïnfecteerde zandvlieg (geslacht: Phlebotomus). De parasiet kan niet van mens tot mens worden overgedragen, de zandvlieg als tussengastheer is altijd noodzakelijk. Risicogroepen:
|
| Levenscyclus | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.2, pagina 34-40. Eenvoudige uitleg: De parasiet wordt via de beet van een zandvlieg (dit is een heel klein mugje) overgebracht. De parasiet nestelt zich in gespecialiseerde immuuncellen (de macrofagen) van de huid waar ze zich kunnen vermenigvuldigen. Op de plaats van de steek ontstaat een zweer, die naar mate de tijd verstrijkt steeds groter kan worden. Een andere zandvlieg kan weer parasieten opnemen door op de geïnfecteerde plek een nieuw bloedmaal te nemen. Afbeeldingen: Zie CDC (alle Leishmania soorten zijn morfologisch identiek) Internet: Filmpje over Leishmania infectie Omschrijving cyclus WHO (Engels) Informatie voor reizigers (gericht op USA) Omschrijving cyclus CDC (Engels) |
| Distributie over de wereld | L. major komt voor in de oude wereld, vooral in het Midden Oosten en met name in: Afghanistan, Iran, Irak, Pakistan. Prevalentie in de rurale gebieden in het algemeen hoger dan in de stedelijke gebieden. Zie ook WHO informatie |
| Situatie in Nederland | Cutane leishmaniasis veroorzaak door L. major is in Nederland een import ziekte. Het aantal patiënten varieert, enkele tientallen per jaar, maar neemt de laatste jaren toe, onder meer door de Nederlandse deelname aan vredesmissies. De ziekte leidt niet tot ernstige morbiditeit of mortaliteit. LCI protocol: niet aanwezig Cutane leishmaniasis veroorzaakt door L. major is geen meldingsplichtige ziekte Voor een recente publicatie over cutane leishmaniasis als import ziekte in Nederland zie: Zeegelaar J.E. et al. (2005). Changing patterns of imported cutaneous leishmaniasis in the Netherlands. Clin. Exp. Dermatol. 30: 1-5. |
| Diagnostiek | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.2, pagina 34-40. De diagnostiek van cutane leishmaniasis richt zich primair op het direct (microscopie) of indirect (kweek) aantonen van de Leishmania parasiet in materiaal afgenomen van de patiënt. Serologie is van geringe (geen) waarde voor de diagnose van deze ziekte. Moleculaire diagnostiek heeft steeds een belangrijkere toegevoegde waarde in de diagnostiek. Een huid biopt kan goed onderzocht worden door middel van PCR op de aanwezigheid van parasieten. Ook typering van parasieten is mogelijk. Dit is vooral van belang voor het maken van therapeutische beslissingen (zie beneden). |
| Protocollen Diagnostiek | zie Medische Parasitologie pagina 32 voor afnemen materiaal vanuit huidlesie Giemsa kleuring van diagnostische preparaten verkregen vanuit de huidlesie
Media voor kweek van Leishmania parasieten (indirecte diagnostische methode) |
| Klinische aspecten | Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.2, pagina 34-40. Na de beet van een geïnfecteerde zandvlieg ontstaat er op de huid een kleine rode bult. Na verloop van tijd verandert de bult in een zweer, deze is meestal niet pijnlijk. Cutane leishmaniasis veroorzaakt door L. major manifesteert zich meestal in de vorm van een of meerdere zweren met een gemiddelde doorsnede van 2-5 cm; de zweer kan echter ook groter of kleiner zijn. De zweer heeft vaak, maar niet altijd, de neiging tot ulceratie ("natte" zweer; in tegenstelling tot de "droge" zweren die veelal worden gevonden bij een infectie met L. tropica). Zie ook WHO/TDR |
| Behandeling (gangbare medicatie) | De meest voorkomende behandeling in Nederland is momenteel een combinatie van cryo-therapie en intra-lesionale injecties met vijfwaardige antimoon preparaten. Daarnaast zijn lokale behandelingen met pentamidine en alleen cryotherapie mogelijk. Systemische therapie, meestal met vijfwaardige antimoon preparaten zoals Pentostam, worden alleen toegepast als de lokale therapie faalt of bij grote aantallen zweren. |
| Bescherming tegen infectie | Er bestaat geen vaccin tegen of chemoprofylaxe voor het voorkomen van cutane leishmaniasis. Men kan zich alleen beschermen door te voorkomen dat men gebeten wordt door de geïnfecteerde zandvliegen, middels het dragen van beschermende kleding en het gebruik van repellents. |
| Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland | Voor de behandeling van cutane leishmaniasis dient u zich eerst te vervoegen naar uw huisarts, deze kan u doorverwijzen naar een ziekenhuis of polikliniek welke gespecialiseerd is in de behandeling van tropische huidaandoeningen.
Er bestaan goede geneesmiddelen tegen cutane leishmaniasis. Voor het vaststellen van de diagnose cutane leishmaniasis kunnen kleine huidbiopten worden afgenomen voor microscopisch en moleculair biologisch onderzoek. Bloed onderzoek vindt zelden plaats. Het kan enkele weken duren voordat de diagnose definitief kan worden vastgesteld. Ook de behandeling kan enige tijd in beslag nemen. In sommige gevallen, bij zeer kleine zweren kan zelfs besloten worden om de behandeling achterwege te laten. In de meeste gevallen blijft er litteken weefsel over na behandeling. |
| Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NL | Onderzoek naar de diagnostiek van cutane leishmaniasis wordt gedaan bij de afdeling Parasitologie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, de afdeling Parasitologie van het LUMC, en de afdeling Parasitologie en Mycologie van het RIVM. Tevens verricht het KIT in samenwerking met de afdeling Tropische Dermatologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam onderzoek naar de behandeling van cutane leishmaniasis. |
| Achtergrond informatie voor professionals | |

