Dipylidium caninum
NVP Parasieten factsheets: Veterinair - Infecties met Platwormen - Dipylidium - Dipylidium caninum |
|
|
|
| Redactie | Paul Overgaauw |
| Laatste update | 18-10-2010 |
| Groepsnaam | Dipylidium |
| Officiƫle naam parasiet | Dipylidium caninum |
| Algemeen | |
| Parasitaire aandoening: Nederlandse naam |
Parasitaire aandoening: Dipylidiose; patente lintworminfectie van de dunne darm |
| Parasitaire aandoening: Engelse naam | Voor parasiet: Dipylidium caninum, double-pored dog tapeworm (Linneo, 1758) Voor ziekte: dipylidiosis (animal); dipylidiasis (human) |
| Indeling | Phylum: Cestoda; Orde: Cyclophyllida; Familie: Dipyliidae |
| Gastheren | Hond, kat, vos |
| Geografische verspreiding | D. caninum komt over de hele wereld voor. |
| Levenscyclus | De lintworm ontwikkelt zich in de dunne darm van de eindgastheer tot een volwassen worm, die tot 3 jaar kan overleven (patente periode). De eerste gravide proglottiden verlaten de gastheer na ongeveer 3 weken (prepatente periode). Tussengastheren zijn vlooien (Ctenocephalides spp., Pulex irritans) en bijtende luizen (Trichodectes canis). De tussengastheer raakt besmet na opname van de eieren. Luizen kunnen zich in alle stadia besmetten; vlooien alleen als larve. Hierna ontwikkelt D. caninum zich in de lichaamsholte van de ectoparasiet tot een cysticercoïd. Bij de vlo wordt de cysticercoïd pas infectieus op het moment dat deze volwassen is. Dit is op zijn vroegst na 2 à 4 weken, maar de snelheid van de ontwikkeling is afhankelijk van de temperatuur. Bij de luis duurt de ontwikkeling maximaal 30 dagen. De eindgastheer besmet zich door de toevallige opname van een vlo. Omdat vlooien zeer frequent voorkomen en moeilijk te bestrijden zijn, is ook de prevalentie van D. caninum bij honden en katten hoog. Er is geen opbouw van immuniteit voor D. caninum, zodat herbesmetting op elke leeftijd goed mogelijk is. Vooral in augustus en september worden veel vlooien gevonden en de meeste besmettingen met D. caninum kunnen dan ook in het najaar verwacht worden. Omdat vlooien in het popstadium maanden kunnen overleven, blijft ook D. caninum zonder eindgastheer lang in leven in de buitenwereld. In onze streken is Trichodectes canis zeldzamer dan vlooien en speelt een minder belangrijke rol bij de verspreiding van D. caninum. |
| Klinische aspecten (pathogenese) | Lintwormen hechten zich met de zuignappen en haken van de scolex aan de mucosa van de dunne darm vast en veroorzaken daar lokale beschadiging en een ontstekingsreactie. Meestal zijn deze zo beperkt dat er geen klinische symptomen ontstaan en vaak zijn de proglottiden de enige aanwijzingen dat er een besmetting aanwezig is. Zelfs infectie met enkele honderden D. caninum-wormen veroorzaakt meestal geen symptomen. Bij massale infecties ontstaan soms catarrale enteritis, kleine bloedingen in de darmwand en villushypertrofie, met als klinische symptomen vage abdominale klachten en in zeldzame gevallen diarree. De spoliatieve werking van lintwormen is gering. Lintwormen voeden zich met darminhoud, maar de hoeveelheid voedingsstoffen die zij opnemen is bij normale besmetting niet voldoende om de voedselbehoeften van de gastheer te verstoren. Slechts bij jonge of ondervoede dieren en bij zware besmettingen kunnen lintwormen vermagering en vertraagde groei veroorzaken. Zeldzame gevallen van darmobstructie door lintwormen werden zijn beschreven. Gravide proglottiden van D. caninum verlaten de gastheer meestal actief via de anus en veroorzaken daarbij pruritus van de perianale en perineale streek. Het schuifelen van honden op de achterhand, zoals vaak wordt waargenomen bij aandoeningen van de anaalzakjes, wordt ook gezien bij D. caninum-infecties (‘sleetje rijden’). |
| Diagnostiek | |
| Bestrijding en preventie | Voor behandeling van D. caninum zijn praziquantel (hond, kat) en nitroscanaat (alleen hond) het meest effectief en in mindere mate niclosamide. Behandeling van D. caninum moet steeds gepaard gaan van een ectoparasitaire behandeling, anders treden snel herinfecties op. Voor de preventie van D. caninum-infecties is vlooienbestrijding van essentieel belang. |
| Overige_informatie | Overige informatie In zeldzame gevallen kan de mens (vooral kinderen onder de 10 jaar) besmet worden met D. caninum door opname van een geïnfecteerde vlo. Voor publicaties over Dipylidium caninum zie:
|


