Babesia canis
NVP Parasieten factsheet: Veterinair - Protozoaire infecties - Babesia - Babesia canis |
|
|
|
| Redactie | Theo Schetters |
| Laatste update | 03-12-2010 |
| Groepsnaam | Babesia |
| Officiƫle naam parasiet | Babesia canis |
| Algemeen | Parasitaire aandoening Babesiosis (ook wel piroplasmosis genoemd) bij de hond |
| Parasitaire aandoening: Nederlandse naam | Nederlandse (populaire) naam Babesiosis, babesiose, piroplasmose |
| Parasitaire aandoening: Engelse naam | Canine babesiosis |
| Indeling | Phylum:.Apicomplexa; Order: Piroplasmorida; Familie:Babesia... Volgens Levine, N.D. 1988 Progress in taxonomy of the Apicomplexan Protozoa. J. protozool 35, 518-520. |
| Gastheren | Gewervelde dieren (vertebraten) |
| Geografische verspreiding | Wereldwijd. Per soort afhankelijk van het voorkomen van de vector (teek). |
| Levenscyclus | Parasieten worden overgedragen wanneer de teek bloed zuigt bij de gastheer. De parasieten komen uit de speekselklieren van de teek waar zij gerijpt zijn tot sporozoieten. In de gastheer vermenigvuldigen zij zich uitsluitend in de rode bloedcellen door overlangse deling. Parasieten komen na deling vrij uit rode bloedcellen als merozoieten die opnieuw rode bloedcellen kunnen infecteren. Transmissie door de teek gebeurt wanneer een teek bloed opneemt van een geïnfecteerde gastheer. De parasieten komen na gedeeltelijke rijping in de ovaria terecht waardoor de nieuw larven geïnfecteerd worden. Deze vorm van overdracht noemt men transovarieel. Pas in de larven (en na vervelling de nimfen en adulten) rijpen de parasieten in de speekselklieren uit tot sporozoieten. |
| Klinische aspecten (pathogenese) | Dieren die een acute infectie doormaken ontwikkelen vaak een shockreactie die gepaard gaat met koorts en bloeddrukdaling en als gevolg daarvan een slechte doorbloeding van de slijmvliezen die papierwit kunnen worden. De parasitemie kan dan nog erg laag zijn (<1%). Meer chronische infecties leiden vaak tot bloedafbraak, en multi-orgaan disfunctie waarbij in het bijzonder de nieren betrokken zijn. |
| Diagnostiek | De diagnose van babesiosis wordt gesteld door het aantonen van de parasiet in een bloeduitstrijkje, dat gekleurd is volgens standaard hematologische voorschriften. Omdat de parasiet neigt zich in de capillairen te nestelen, is gesuggereerd om bij geïnfecteerde zoogdieren (bv. rund, hond) een druppel bloed uit het oor te nemen door met een lancetmesje een sneetje te maken. Vanwege de vaak lage parasitemie wordt de parasiet nogal eens over het hoofd gezien.
|
| Bestrijding en preventie | Bestrijding van de teek is belangrijk. Dat kan op het oog gebeuren bijvoorbeeld nadat een hond in het bos is uitgelaten. Omdat de parasieten ook door de kleine larfjes en nimfen kunnen worden overgedragen worden deze teekjes vaak gemist. Er bestaan ook chemische bestrijdingsmiddelen die er op gericht zijn om bepaalde ectoparasieten, ook teken, af te schrikken en te doden. Deze middelen zijn verkrijgbaar als vloeibare oplossingen die direct op de gastheer worden gebracht, maar ook als werkzame stof in een band die om de nek van de gastheer gedaan wordt. Er bestaan verschillende vaccins tegen babesiosis. Voor runderen zijn er levende vaccins die geproduceerd worden in kalveren. Deze vaccins, op basis van geïnfecteerd bloed, worden door overheidsinstanties geproduceerd en zijn niet commercieel verkrijgbaar (b.v. in Australië en in Zuid-Afrika). Voor de hond zijn er twee commerciële vaccins beschikbaar (Pirodog®, Merial; Nobivac Piro®, Intervet/Schering-Plough Animal Health). Deze vaccins bevatten oplosbare parasieten antigenen die geoogst worden uit supernatants van in vitro kweken van de parasiet. Als adjuvants wordt een saponineoplossing gebruikt. Voor de behandeling van klinische infecties worden chemotherapeutica gebruikt als imidocarb dipropionaat (bv. Carbesia®) en diminazeenaceturaat (bv. Berenil®). |
| Overige_informatie | Voor publicaties zie:
|


