NVP login
User:
Password:
Forget Password?

Infecties met Arthropoden

NVP Parasieten factsheet: Humaan - Infecties met Arthropoden - Pediculus capitis
RedactieDrs. A. van Goor en Dr. L van Lieshout in overleg met de sectie Parasitologie SKML
Laatste update28-02-2012
Groepsnaam
Officiële naam parasietPediculus capitis
Algemeen

Ook gebruikt worden de namen Pediculus humanus var. capitis voor hoofdluis en Pediculus humanus var. capitis voor kleerluis.

Indeling

Phylum: Arthropoda (geleedpotigen)
Klasse: Insecta (insecten)
Orde: Anoplura (luizen)
Genus: Pediculus

Parasitaire aandoening

Pediculosis

Nederlandse (populaire) naam

Voor parasiet: hoofdluis
Voor ziekte: pediculosis

Engelse naam

Voor parasiet: head louse
Voor ziekte: pediculosis

Wijze van overdracht

Men kan de infectie oplopen door nauw lichaamscontact met een besmet iemand of door besmette kleding (jassen, petten, dassen ed). Besmetting is ook mogelijk doordat de luizen overlopen van de ene muts, jas of das aan de kapstok naar de andere. De parasiet kan van mens op mens worden overgedragen.

Levenscyclus

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 8.2, pagina 174.

Eenvoudige uitleg:
De hoofdluizen hebben een levenscyclus die uit drie stadia bestaat: een ei-, nimf- en een volwassen stadium. Ze worden op het hoofdhaar gevonden en wel vooral op de haren in de nek en achter de oren. De 4-8 eieren (neten), die per dag door de vrouwelijke hoofdluis worden geproduceerd, worden dichtbij de hoofdhuid op de haren vastgeplakt. De eieren doen er ongeveer 7 tot 10 dagen over om uit te komen. Ook de ontwikkeling van nimf tot volwassen luis duurt ongeveer 7 dagen. De volwassen luis heeft zes poten en kan 30 tot 50 dagen blijven leven. De vrouwelijke hoofdluis wordt ongeveer 3 mm groot en is langer dan breed. Het mannetje is iets kleiner en heeft een iets meer afgerond achterlijf. De kleur van de luis kan variëren van doorzichtig tot bijna zwart. Met name schoolkinderen en hun familieleden vormen een risicogroep vanwege veelvuldig onderling contact en het uitwisselen van kledingstukken. Ook vloerkleden, bedden (hoofdkussens) en meubilair kunnen luizen bevatten. In een vochtige omgeving en bij zomertemperatuur kan de luis tot twee weken zonder een gastheer overleven.

Afbeeldingen:
CDC-plaatje ontwikkelingscyclus
Neten: dit zijn de eieren. Ze zijn gelig-wit en 0.8 bij 0,3 mm.
Adulten: dit zijn de volwassen luizen. Kunnen ongeveer 3 mm groot worden en zijn langer dan breed.

 

Internet:
Omschrijving hoofdluis (RIVM-Nederlands)

Start-pagina over hoofdluis (o.a. informatie en spelletjes voor kinderen) en toolkit hoofdluis RVM

Distributie over de wereld

De luizen worden (in de Westerse wereld) vooral bij schoolkinderen gezien en dan vooral op de basisschool. In principe kan echter iedereen besmet raken met hoofdluizen.

Situatie in Nederland

Hoofdluis is endemisch in Nederland. Uit een maandelijks uitgevoerd onderzoek van 1993 tot 1998 op een school in Wageningen bleek gemiddeld 0,65 % van 360 kinderen hoofdluis te hebben per screening met sterke schommelingen door het jaar heen.

Hoofdluis is geen meldingsplichtige ziekte.

LCI protocol voor hoofdluis.

Een artikel over de Nederlandse situatie uit 1997 (InfectieziektenBulletin, maart 1997, pagina 55)

 

In februari 2012 is naar aanleiding van de Landelijke Luizendag en boek verschenen over hoofdluis en andere insecten, door Geert-jan Roebers. 

Diagnostiek

Het aantonen van de luizen en/of neten is een indicatie van een infectie. Kammen met een natte luizen- of vlooienkam boven een wit A4tje is een goede methode om de luizen aan te tonen. Neten geven aan dat er sprake is van een infectie als ze dicht bij de hoofdhuid worden gevonden. Zitten ze verder van de hoofdhuid af, dan is dat een aanwijzing dat er een infectie is geweest. De neten zijn dan ook meestal leeg. De diagnose berust altijd op het aantonen van de luizen en/of levensvatbare neten.

Op internet zijn diverse sites met foto's om de diagnose te bevestigen. Zie onderandere hier.

Protocollen Diagnostiek

geen

Klinische aspecten

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 8.2, pagina 174

De luizen worden vooral in de nekharen en in de haren achter de oren gevonden. Vaak verloopt en begint de besmetting symptoomloos. De luizen bijten zich vast in de huid en zuigen bloed op. Bultjes als reactie op de beten en jeuk zijn de belangrijkste klachten bij hoofdluis. Deze symptomen kunnen eerst verergeren en daarna bij een voortdurende infectie weer afnemen. Van de jeuk wordt dan nog maar weinig last ondervonden.Soms als de huid beschadigd raakt van het krabben zien we secundaire infecties en lymfeklierzwellingen in de nek. Oude geheelde beten kunnen weer gaan jeuken als er opnieuw in de buurt gezogen wordt. Vaak zien we een populatie van niet meer dan 10-26 luizen per hoofd.

Zie ook LCI protocol voor hoofdluis.

Voor meer academische (CDC) informatie, en publiekssite van CDC.

Behandeling (gangbare medicatie)

Individuele behandeling is noodzakelijk, maar alleen een gecoördineerde, gelijktijdige en goede behandeling leidt tot een belangrijke algemene afname van het aantal besmettingen. Belangrijk is om naast de medische behandeling ook kleding en beddengoed op 60 graden te wassen. Knuffels kunnen gedurende 24 uur in de diepvries worden gestopt.
Men kan behandelen met pediculiciden (luizendodende middelen). Er zijn zowel lotions als shampoos in de handel. Een overzicht van deze middelen en hun bijwerkingen met eventuele resistentie kan men vinden op onderstaande sites.

malathion, permetrine

Aanvullende informatie:
artsenapotheker
huidinfo
headlice
nits

Een Brits onderzoek van Hill et al. vermeldt dat: kammen beter helpt tegen hoofdluis dan luizendodende shampoos:

British Medical Journal, 331:384; 13 augustus 2005.

Ook het in 2008 aangepaste LCI protocol voor hoofdluis benadrukt het belang van grondig kammen.

Bescherming tegen infectie

Men kan zich slecht beschermen tegen het oplopen van een besmetting met hoofdluis. Nauw contact met besmette mensen en kleding is voldoende om zelf besmet te raken. Zeer regelmatig kammen kan helpen om een besmettig zo vroeg mogelijk op te sporen.

Zie ook LCI protocol voor hoofdluis.

Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland

Indien u zich wilt laten onderzoeken op hoofdluis vraag dan in eerste instantie informatie bij uw apotheek of neem eventueel contact op met uw huisarts. Voor behandeling van hoofdluis is echter geen voorschrift van een arts noodzakelijk.

Vertegenwoordigers van de belangrijkste partijen die in Nederland informatie geven over de bestrijding van hoofdluis zijn door het bureau LCI in een werkgroep bij elkaar gebracht. Jaarlijks wordt de beste aanpak voor de bestrijding van hoofdluis besproken met vertegenwoordigers van drogisterijen, apothekers, wetenschappers en verpleegkundigen van JGZ en infectieziektebestrijding.

 

Er zijn websites over hoofdluis die door de industrie zijn gemaakt. Daarbij worden alleen middelen van eiegn merk geadviseerd. Zie bv http://www.hoofdluizen.nl/. Maar er is ook een onafhankelijke website van het RIVM, zie http://www.landelijksteunpunthoofdluis.nl/.

Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NL

Niet specifiek.

Achtergrond informatie voor professionals

Recente review over therapie hoofdluis van Lebwohl et a., 2007 en Burgess et al., 2009

Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven