Parasieten algemeen
- Wat zijn parasieten en en parasitaire infecties?
- Parasitaire infecties in Nederland en in de Wereld
- Wetenschappelijk onderzoek in Nederland aan parasitaire infecties
- Diagnostiek van parasitaire infecties
- Behandeling van parasitaire infecties: therapie
- Tropenreizigers en parasieten
- Bestrijding van parasieten en preventie van parasitaire infecties
- 'Veelgestelde vragen' over parasitaire infecties
- Websites over parasieten en parasitaire infecties
- Literatuur over parasieten en parasitaire infecties
- Medewerkers Parasieten Factsheets en Protocollen
Wat zijn parasieten en parasitaire infecties?
De gezondheid van de mens wordt door tal van (micro)organismen bedreigd zoals virussen, bacteriën (prokaryoten), schimmels en parasieten (eukaryoten). Parasitaire infecties zijn infecties die veroorzaakt worden door parasieten.
Enkele bekende voorbeelden van parasieten die de mens als gastheer gebruiken:
|
|
Parasieten zijn eukaryote organismen (bacteriën zijn prokaryoten) behorende tot het dierenrijk en zijn grofweg in te delen in ééncellige parasieten (protozoën), wormen (helminthen; plathyhelminthes of platwormen waaronder de trematoda en cestoda; nematoda of rondwormen) en geleedpotigen (zoals bijvoobeeld mijten, teken, luizen, vlooien). De ééncellige parasieten en wormen leven in het lichaam van de mens (infectie) en worden daarom ook wel endoparasieten genoemd en de meeste geleedpotigen, zoals mijten, luizen en vlooien leven op of in de huid en worden daarom ook wel ectoparasieten genoemd. Zie tabel 1 voor een indeling van de parasieten en Parasieten factsheets voor gedetailleerde informatie over de afzonderlijke parasieten. |
| Tabel 1: Beknopt en schematisch overzicht van parasieten van de mens in het taxonomisch systeem. Over de taxonomische indeling zoals hier weergegeven bestaat geen eensgezindheid. Dit schema is gebaseerd op Beaver et. al. (1984) en Muller (2002). |
|||
| PHYLUM: PROTOZOA (DIERLIJKE ÉÉNCELLIGEN) | |||
| SUBPHYLUM SARCOMASTIGOPHORA (FLAGELLATEN EN AMOEBEN) | |||
| Orde: | Amoebida | Entamoeba, Endolimax, Iodamoeba, Naegleria, Acanthamoeba | |
| Orde: | Retortomonadida | Chilomastix | |
| Orde: | Diplomonadida | Giardia | |
| Orde: | Trichomonadida | Trichomonas, Dientamoeba | |
| Orde: | Kinetoplastida | Leishmania, Trypanosoma | |
| SUBPHYLUM APICOMPLEXA | |||
| Orde: | Eucoccida | Isospora, Cyclospora, Cryptosporidium, Plasmodium | |
|
Orde: |
Toxoplasmida |
Toxoplasma, Sarcocystis |
|
| SUBPHYLUM CILIOPHORA (CILIATEN) | |||
| Orde: | Trichostomatida | Balantidium | |
| PHYLUM: PLATYHELMINTHES (PLATWORMEN) | |||
| Klasse: Trematoda ('botten') | |||
| Orde: | |||
| familie | Schistosomatidae | Schistosoma | |
| familie | Paragonimadae | Paragonimus | |
| familie | Opistorchidae | Clonorchis, Opisthorchis | |
| familie | Dicrocoelidae | Dicrocoelium | |
| familie | Fasciolidae | Fasciola, Fasciolopsis | |
| familie | Heterophyidae | Heterophyes, Metagonimus | |
| Klasse: Cestoda ('lintwormen') | |||
| Orde: | Cyclophyllidea | ||
| familie | Taeniidae | Taenia, Echinococcus | |
| familie | Hymenolepidae | Hymenolepis | |
| familie | Dipylididae | Dipylidium | |
| Orde: | Pseudophyllidea | ||
| familie | Diphyllobothriidae | Diphyllobothrium, Spirometra | |
| PHYLUM: NEMATODA (RONDWORMEN) | |||
| Klasse: Aphasmidia | |||
| Trichinellidae | Trichinella, Trichuris, Capillaria | ||
| Klasse: Phasmidia | |||
| Orde: | Rhabditida | Strongyloides | |
| Orde: | Strongylida | Ancylostoma, Necator, Oesophagostomum, Ternidens, Trichostrongylus | |
| Orde: | Ascaridida | Ascaris, Toxocara, Anisakis | |
| Orde: | Oxyurida | Enterobius | |
| Orde: | Spirurida | ||
| superfamilie | Gnathostomoidea | Gnathostoma | |
| superfamilie | Filarioidea | Wuchereria, Brugia, Loa, Onchocerca, Mansonella, Dirofilaria | |
| superfamilie | Dracunculoidea | Dracunculus | |
| OVERIGE | |||
| - De taxonomische indeling binnen het phylum van de Arthropoda (geleedpotigen) is niet weergegeven. De twee grote hoofdgroepen die als ectoparasieten bij de mens voorkomen zijn de Arachnida (spinachtigen, zoals teken en mijten) en de Insecta (met o.a. vlooien, luizen, vliegen, muggen en wantsen). - Pneumocystis wordt thans niet meer bij de protozoa ingedeeld maar bij de gisten. De taxonomische positie van de microsporidia is omstreden. Een protozo of een gist? Pentastomida worden in een apart phylum geplaatst, met twee (zeldzame) vertegenwoordigers: Armillifer en Linguatula. |
|||
|
Tabel 2
Een aantal termen die gebruikt worden bij parasitaire infecties:
|
|
| Parasitologie: |
De kennis over (de leer van) parasieten en parasitaire infecties |
| Gastheer: |
De gastheer is het organisme waarin of waarop de parasiet leeft. De parasiet kan tijdens zijn levenscyclus van gastheer wisselen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen parasieten die maar één gastheersoort parasiteren (monoxeen) en parasieten die van gastheersoort kunnen wisselen (heteroxeen; bijvoorbeeld de lintworm Taenia saginata die voor de levenscyclus afhankelijk is van zowel de mens als het rund). Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen gastheren waarin de ongeslachtelijke vermenigvuldiging van de parasiet plaats vindt (tussengastheer) en gastheren waarin de geslachtelijke vermenigvuldiging/ontwikkeling van de parasiet plaats vindt (eindgastheer). Een groot aantal parasieten, die de mens infecteren worden ook aangetroffen in andere dieren. Deze dieren (gastheren) kunnen daarom optreden als infectiebron voor de mens; we spreken dan van reservoir gastheren. |
| Transmissie: |
Overdracht (transmissie) van parasieten van de ene gastheer naar de andere kan op verschillende manieren plaatsvinden. Bijvoorbeeld door direct (lichaams)contact tussen de gastheren (bijvoorbeeld bij vlooien, mijten, luizen), door het eten van vlees (bijvoorbeeld lintwormen) of vruchten (bijvoorbeeld vossenlintworm) die parasieten, larven of eieren van parasieten bevatten, door contacten met huisdieren (bijvoorbeeld Toxoplasma). Een aantal parasieten, voornamelijk protozoën maar ook wormen, worden overgebracht door ongewervelde dieren, zoals muggen, vliegen en teken. Deze worden de vectoren van de parasiet genoemd. |
| Vectoren: |
Ongewerveld organismen zoals muggen, vliegen en teken, die zorgdragen voor de overdracht (transmissie) van de parasiet van de ene mens naar de andere. |
| Levenscyclus: |
De hele cyclus van vermenigvuldiging en (a)sexuele voortplanting van de parasiet in de verschillende gastheren en de transmissie tussen deze gastheren. |
| Prepatente periode: |
De prepatente periode van een infectie is de tijd dat een parasiet aanwezig is in de gastheer, voordat een parasitologisch bewijs van de aanwezigheid van de parasiet gegeven kan worden. Dit is bijvoorbeeld de periode tussen het infectiemoment en het tijdstip dat wormeieren in de ontlasting verschijnen of dat parasieten in het bloed worden gevonden. |
| Accidenteel parasitisme: |
Bij accidenteel parasitisme wordt een parasiet slechts uiterst zelden in een bepaalde gastheersoort aangetroffen, hoewel hij er goede ontwikkelingskansen in heeft. Meestal komt dat doordat de ontmoetingskans tussen parasiet en de gastheer klein is. Bij de mens is dat bijvoorbeeld het geval met de hondenlintworm Dipylidium caninum. |
| Facultatief parasitisme: |
Bij facultatief parasitisme leven de parasitaire organismen gewoonlijk vrijlevend zonder gastheer maar kunnen zich ook in bepaalde gevallen als parasiet gedragen (b.v. amoeben van het geslacht Naegleria, die aanleiding geven tot meningo-encephalitis bij de mens; larven van de gewone groene bromvlieg, die soms schade aan gezond weefsel toebrengen). |
| Zoönose: |
Een parasitaire infectie van zoogdieren, waarbij de mens als gastheer kan optreden. Zoogdieren vormen het reservoir van waaruit de mens geïnfecteerd raakt. |
| Commensaal: |
Een parasiet waarvan de gastheer geen (aantoonbaar) nadeel van ondervindt. Veel voorbeelden van commensalisme zijn bekend onder de parasieten van de mens; het duidelijkst bij parasieten die in de darmen leven (b.v. de amoebe Entamoeba coli). |
Parasitaire infecties in Nederland en in de wereld
| Tabel 3: Enkele potentieel pathogene parasieten bij de mens Sommige van de endemische parasieten worden in de praktijk vooral als importinfectie gezien (b.v. Entamoeba histolytica, Ascaris, Sarcoptes). Andere zijn in hun verspreiding in principe gebonden aan de (sub)tropen maar kortstondige transmissie rondom infectie-gevallen in Nederland kan voorkomen. Een bekend voorbeeld is de overdracht binnen de familekring van infecties met Entamoeba histolytica die in de tropen zijn opgelopen. Ook zijn er parasieten waarvan transmissie in Nederland kan plaats vinden terwijl in de praktijk deze infecties (nog) niet of niet meer gezien worden. |
|||
| In Nederland als import (de infectie kan alleen buiten Nederland opgelopen worden, bijvoorbeeld in de tropen) | In Nederland endemisch (de infectie kan in Nederland worden opgelopen) | ||
|
|
||
Wetenschappelijk onderzoek in Nederland aan parasitaire infecties
In Nederland wordt wetenschappelijk onderzoek verricht aan parasitaire infecties. Dit onderzoek vindt plaats aan universiteiten, in (academische) ziekenhuizen en in instituten zoals het RIVM, KIT en BPRC en is gericht op:
- Verbetering van methoden voor de diagnostiek van parasitaire infecties
- Betere methoden voor behandeling van parasitaire infecties
- Ontwikkeling van nieuwe methoden van bestrijding van parasieten en behandeling van infecties zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en vaccins.
Diagnostiek van parasitaire infecties
Behandeling van parasitaire infecties: therapie
Tropenreizigers en parasieten
Veel parasitaire infecties worden opgelopen door reizigers naar de (sub)tropen, zoals bijvoorbeeld malaria en schistosomiasis. Er zijn op dit moment geen effectieve vaccins tegen parasitaire infecties.
Voor het voorkomen van het oplopen van een aantal parasitaire infectie tijdens het verblijf in de (sub)tropen zijn effectieve (en simpele) maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld het innemen van malariaprofylaxe en slapen onder een klamboe tegen het oplopen van malaria infecties of het vermijden van watercontact in Afrika waar schistosomiasis voorkomt.
Het Landelijk Centrum Reizigersadvisering LCR (zie links pagina) geeft adviezen voor de preventie van het oplopen van parasitaire infecties. Dit is het centrale orgaan in Nederland dat zich bezig houdt met de preventie van ziekte bij reizigers, "de reizigersadvisering". Het LCR geeft daarnaast de landelijke richtlijnen uit met betrekking tot vaccinaties en anti-malariamaatregelen. De landelijke richtlijnen worden verspreid onder artsen en vaccinerende instellingen, zoals GGD's en het LCR adviseert organisaties van reisbureaus en touroperators.
Bestrijding van parasieten van preventie van parasitaire infecties
Er zijn op dit moment geen effectieve vaccins tegen parasitaire infecties.
Voor het voorkomen van het oplopen van een aantal parasitaire infectie tijdens het verblijf in de (sub)tropen zijn effectieve (en simpele) maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld het innemen van malariaprofylaxe en slapen ondereen klamboe tegen het oplopen van malaria infecties of het vermijden van watercontact in Afrika waar schistosomiasis voorkomt.
Bestrijding van parasieten in Nederland wordt voornamelijk uitgevoerd door behandeling van mensen met medicijnen die een parasitaire infectie hebben, zowel als therapie als ter voorkoming van verdere verspreiding van de parasiet (bijvoorbeeld bij schurftmijt en hoofdluis).
Het Centrum Infectieziektenbestrijding CIb van het RIVM brengt richtlijnen (LCI protocollen; zie links pagina) uit voor de Nederlandse infectieziektebestrijding. Hieronder vallen ook een aantal richtlijnen voor de bestrijding (en behandeling) van parasitaire infecties.
'Veelgestelde vragen' over parasitaire infecties
Websites over parasieten en parasitaire infecties
Zie de pagina met links naar andere websites met informatie over:
- Onderzoek aan parasieten in Nederland
- Informatie voor (tropen)reizigers over infecties met parasieten
- Behandeling/bestrijding van parasitaire infecties
- Diagnostiek van parasitaire infecties
- Informatie over veterinaire parasitologie
- Algemene informatie over parasieten en parasitaire infecties
- Verspreiding van parasitaire infecties
- Societies for Parasitology
Literatuur over parasieten en parasitaire infecties
Diagnostiek van parasitaire infecties
- Medische Parasitologie, Handleiding bij de laboratorium diagnostiek' (A.M. Polderman, eindredactie, 4e druk, Syntax Media, Oosterbeek)
Medewerkers aan de Parasieten Factsheets en Protocollen
Medische Parasitologie
De Parasieten factsheets en protocollen zijn tot stand gekomen onder auspiciën van de Nederlands Vereniging voor Parasitologie (NVP). De informatie wordt aangeleverd door een aantal deskundigen die direct betrokken zijn bij de patiënten-diagnostiek en behandeling van parasitaire infecties. De algemene informatie over parasitaire infecties en diagnostiek van parasitaire infecties is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de redactie van het boek: "Medische Parasitologie: Handleiding bij de Laboratoriumdiagnostiek" (Dr. A.M. Polderman, eindredactie; 2005, 4e druk; Syntax Media, Oosterbeek).
Ing. E. Brienen; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden
Prof. Dr. A.M. Deelder; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden
Dr. J.W.B. van der Giessen; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven
Dr. T. van Gool; Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam
Drs. C.E. van Goor; Hogeschool, Leiden
Dr. J.J. van Hellemond, ErasmusMC & Havenziekenhuis, Rotterdam
Dr. C.J. Janse; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden
Drs. T. Kortbeek; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven
Dr. L. van Lieshout; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden
Dr. Th.G. Mank; Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid, Leiden
Dr. B. Pinelli; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven
Prof.dr. R.W. Sauerwein; Ac. Ziekenhuis St. Radboud, Nijmegen
Dr. H.D.F.H. Schallig; Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), Amsterdam
Prof. Dr. A.G. Tielens; ErasmusMC & Havenziekenhuis, Rotterdam
Dr. J.J. Verweij; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden
Ing. G.J.M.M. Derks; Dr. A.M. Polderman; Dr. J.F. Sluiters; Dr. J.P. Verhave; Dr. P.J. A. Beckers

